Een Rotterdams geluid

Vandaag was op het nieuws, dat in Rotterdam meer dodelijke slachtoffers vallen door verwarde personen, dan door terroristen. O ja, joh? Is dat in de rest van Nederland niet ook het geval? Zijn er dit jaar ook niet meer doden gevallen door keukentrapjes, kerstbomen en zelfs badsponzen dan door terrorisme? Of heb ik iets gemist en klopt mijn idee niet, dat er in Nederland überhaupt geen slachtoffers zijn gevallen door terrorisme? Dat het dus helemaal niet zo’n prestatie is van die arme verwarde personen, om deze twijfelachtige wedstrijd te winnen van de terroristen?

Het artikeltje stond ook op NU.nl, met daar dus de waarschijnlijk lekker bekkende kop “Politiechef Rotterdam noemt verwarde mensen ‘dodelijker dan terrorisme”. Als je de moeite neemt om het artikel helemaal te lezen en je let op de inhoud in plaats van de laten we zeggen gerichte toon van het artikel, dan kom je er achter dat er in Rotterdam zelfs een zorgmedewerker (!) rondloopt (of nu gelukkig vastzit), die meer mensen heeft vermoord dan alle verwarde en terroristische personen in de hele stad bij elkaar. Daarmee had je een hele andere krantenkop kunnen maken. 

Is het dan niet erg dat er verwarde personen loslopen, die vanuit hun aandoening mensen vermoorden, terwijl ze eigenlijk GGZ-zorg zouden moeten krijgen? Ja, natuurlijk is dat erg. Het lijkt me onderhand tijd dat we er achter komen dat de bezuinigingen op de GGZ zeer duurbetaald zijn. En dan doel ik niet alleen op de akelige verhalen zoals deze politiechef ze hier vertelt en zoals we ze in de krant lezen, maar vooral op de toename in zelfmoordcijfers, de wachtlijsten die overal veel te lang zijn en niet te vergeten de Jeugd-GGZ, die in sommige gemeenten zelfs op slot zit. Het is een regelrecht gevaar voor de volksgezondheid, wat heel veel mensen treft.  

Maar wat denkt deze politiechef nou helemaal? Dat hij die problemen aan kan pakken en bezuinigingen terugdraaien, door tegelijkertijd vooroordelen over personen met verward gedrag een beetje extra aan te dikken en maatschappelijke angst aan te wakkeren?  Zulke vooroordelen zijn enorm schadelijk voor iedereen die te maken heeft met een ernstige psychiatrische aandoening en die gewoon een beetje probeert om zijn of haar leven weer op te bouwen na een ‘botsing’ met de psychiatrie. Kom op: we probeerden net een beetje uit het donker te kruipen…

Wat zegt u? Denkt u niet dat het hier om vooroordelen gaat?

Dan wil ik even wat cijfers voorleggen die eigenlijk nooit in krantenkoppen terecht komen, maar wel waar zijn. Ze gaan over de relatieve vertegenwoordiging van bepaalde bevolkingsgroepen in de gevangenis (incl. TBS). Mensen met een psychiatrische aandoening zijn inderdaad oververtegenwoordigd: ze komen relatief 2x zo vaak in het gevang of TBS-kliniek. Mensen van allochtone afkomst zitten nog wat vaker vast dan dat. Niet schrikken, ik wil niet discrimineren. Ik trek me persoonlijk niet zoveel aan van dit rijtje cijfers, want het gaat sowieso maar over enkele procenten van de totale bevolking. En bovendien: Hoe zou ik dan nog moeten reageren op de laatste statistiek uit dit rijtje? Mannen zitten namelijk ongeveer 20x zo vaak gevangen als vrouwen. Bron: CBS

Advertenties

Koppie omlaag, koppie omhoog

Ik heb er over nagedacht, hoe het ongeveer voor mij gewerkt heeft, met dat zelfbeeld, wat sowieso wil schommelen zoals mijn stemming. Hoe ik vroeger erg op mezelf neerkeek en later toch weer niet (of meestal niet) gelukkig. Ik ben benieuwd of het herkenbaar is en of er ook bij anderen een ontwikkeling in zit. Of er weer wat muziek in is gekomen, door de jaren heen (of hopelijk wat sneller).

Nou was mijn zelfbeeld al niet om over naar huis te schrijven voor ik de diagnose kreeg. Oké, ik vond mezelf wel slim. Dat zou wel raar zijn als ik mezelf niet slim vond. Nou ja, wiskundig-slim dan, niet zo praktisch-slim. Alleen veel meer dan dat vond ik niet van mezelf.

Toen kreeg ik een opname, en een diagnose. Het werd daarmee overduidelijk dat ik toegetreden was tot het gilde van de “psychiatrische patiënten”. Dat betekende een flinke duik voor mijn zelfbeeld en ik vind het achteraf niet zo vreemd. De oordelen en vooroordelen zijn talrijk. Er hoorden voor mij ook allerlei angsten bij:

·         Bang dat de psychose terug zou komen, dat ik weer opgenomen en/of opgesloten zou worden

·         Bang dat mensen me niet meer serieus zouden nemen

·         Bang dat ik in de steek gelaten zou worden

·         Bang dat van die “enge” verhalen, die zo de ronde doen over psychiatrische patiënten, er ook wel 1 of 2 op mij van toepassing zouden zijn.  

·         Mijn al aanwezige onzekerheid werd versterkt: als ik zoiets kon krijgen, wat wist ik dan eigenlijk van “het leven”? Ik kon maar beter goed naar de daartoe aangestelde professionals luisteren. 

En dat laatste deed ik. Ik gaf mijn leven bijna ‘uit handen’ en probeerde alle mogelijke adviezen op te volgen, met name van hulpverleners. Deze, ietwat ‘nederige’, rol van psychiatrisch patiënt paste eigenlijk wonderwel bij mijn angsten en onzekerheid.

Ik zou bovenstaande nu betitelen als “zelfstigma”, maar als ik eerlijk ben heeft het me wel geholpen om weer maatschappelijke rollen op te pakken. Ik vond het zo belangrijk om alles “goed” en “normaal” te doen. Alleen de gehoopte groei in zelfvertrouwen, zelfrespect, levensenergie: Die bleven wat achter en dat was toch wel essentieel geweest voor wat geluksgevoel….

Hoe ging het verder? Ik ben hier uiteindelijk uitgekomen, uit dit ongezonde denkpatroon. Persoonlijk contact met lotgenoten heeft me veel geholpen. Daardoor ben ik er achter gekomen dat anderen ook zo naar zichzelf kijken (en dan zie je van de buitenkant dat het een ongezond denkpatroon is). Of dat ze juist veel positiever en relaxter naar zichzelf kijken, terwijl hun maatschappelijke “status” soms best laag was. Ik voelde intuïtief dat die laatste groep gezonder in het leven stond.

Compassie voor mezelf is denk ik het toverwoordje geweest… en inzicht in eerdere (voor)oordelen.

Het was nog niet klaar…. Toen het me lukte om mezelf (meestal) te zien als volwaardig en waardevol, kwam ik er pas goed achter hoe het gesteld is met de vooroordelen rond psychiatrie.  Van krantenartikelen waarin den Dolder zo’n beetje tot “no-go-area” bestempeld wordt (ja, ik was er opgenomen), tot de buurvrouw die zich afvraagt wanneer ik eng voor haar word: Allerlei vreemde opmerkingen kwamen voorbij en …. hebben me ook gekwetst.

Totdat ik me realiseerde, dat ikzelf eerst OOK in die vooroordelen getrapt ben. ….

Dus probeer ik nu ook compassie te hebben voor de mensen die hun vooroordelen willen delen.…  

(maar het blijft goed dat er een club is zoals www.samensterkzonderstigma.nl)

Brenda Froyen

Vorige week was ik bij de boekpresentatie van Brenda Froyen’s nieuwste boek “Lena”. Het boek gaat over een psychiatrisch verpleegkundige die een zwak krijgt voor één van haar patiënten. De presentatie werd gehouden bij Astare in Utrecht. Ze hebben daar trouwens een mooi programma van lezingen en andere activiteiten op het gebied van ‘de Nieuwe GGZ’, voor wie daar interesse in heeft.

Ook Brenda heeft eerder haar boeken hier gepresenteerd.  Ik ken deze schrijfster door haar eerste boek, dat “Kortsluiting in mijn hoofd” heet. Het gaat over drie verschillende opnames ten gevolge van een kraambedpsychose, die ze kreeg na de geboorte van haar derde zoontje. Haar verhaal is heftig. De Vlaamse GGZ moet het behoorlijk ontgelden in haar boek. Ze heeft dan ook alle mogelijke ellende mee moeten maken. Gesepareerd, vastgebonden, platgespoten en weggehouden bij haar kinderen, dat is de korte en vreselijke samenvatting.

Inmiddels geeft Brenda les op de Vlaamse variant van de PABO, en is daarnaast een bekende Vlaamse geworden, die aanzit bij praatprogramma’s als het over de GGZ gaat. Tijdens de boekpresentatie in Astare vertelt ze dat het voor haar vaak voelt alsof ze haar verhaal niet mag vertellen. Het is te boos, vindt “men”. “Maar mag ik er dan niet boos om zijn?” vraagt ze zich vertwijfeld af “het is mijn verhaal en het was precies zo erg als ik het vertel”. Ze klinkt nog steeds een beetje boos, al is het heel beheerst.

Vreemd genoeg maakt haar boosheid bij mij rouw en verdriet los, waarvan ik me niet zo bewust was.

Ik begrijp het inmiddels: het helpt mij enorm, om iemand tegen te komen die niet goedpraat, niet bagatelliseert wat haar is overkomen, niet haar eigen pijn vergeet of ontkent (ben ik best goed in) of rationaliseert (idem). Mensen zeggen zo snel: “Het kon toch niet anders? Het moest toch wel? “. Van die opmerkingen gaat het pijnlijke gevoel juist niet weg, het wordt alleen ontkend. Alsof “men” probeert goed te praten wat echt heel erg verschrikkelijk voelde voor mij (en veel anderen). Door de boosheid van Brenda krijg ik die erkenning wel. Ze vertelt en plein public hoe het was. Het voelt alsof er iemand voor mij opkomt. De pijn is er, het is echt en het mag gedeeld worden.

En vooruit: mensen mogen zich daar van mij ook ongemakkelijk bij voelen als het anders niet kan.

De boeken van Brenda Froyen zijn allemaal te bestellen via bol.com en dit is haar website: www.brendafroyen.be

Begrijpen vs Verwerken

Ik ben een moralist, zo geboren denk ik. Sneller weet ik of iets moreel juist is (correctie: of het naar mijn mening zo is…), dan dat ik mijn persoonlijke belang en gevoel ken. Dus als iemand mij wil slaan, zal ik eerder zeggen: “Dat mag je niet doen!” dan dat ik instinctief een vechthouding aanneem.

Van de ene kant heb ik profijt gehad van die houding, want ik had zo’n beetje meteen ziekte-inzicht en kon snel verder: “Ze moesten wel, ze hadden geen andere optie”, “ze bedoelen het niet kwaad, ze zeggen het uit onwetendheid” en “ik heb geen verstand van deze wetenschap, dus laat ik maar op de professionals afgaan”. Van de andere kant heeft die nogal rationele houding er voor gezorgd, dat ik soms mijn gevoel teveel voorbij gelopen ben. En ik heb aan den lijve ondervonden dat dat inderdaad weer nieuwe psychische problemen oplevert, dus daar “moest ik wat mee”. Mijn conclusie is, dat ik niet om de pijn heen kan werken. Al is de oorzaak nog zo redelijk en goed te begrijpen , voelen zul je Miranda.

 

En de psychiatrie heeft zo haar eigen pijnpunten veroorzaakt, los van diagnose en ziektebeeld:

  1. Het overschrijden van de streep tussen ‘normaal’ en ‘gek’. Een fictieve streep natuurlijk, maar vertel dat maar eens tegen je ego, als je het in je opvoeding anders meegekregen hebt (en dat hebben de meesten van ons). Ik heb er al eens een blog over geschreven “een fictieve streep”. Lange tijd heb ik gedacht dat dit het grootste probleem was, wat ik had overgehouden aan mijn opname en diagnose (ik moet erbij zeggen dat ik behoorlijk stabiel ben op medicatie). In ieder geval wist dit zelfstigma mijn al bestaande onzekerheden en lage zelfwaardering op effectieve wijze te versterken.
  2. Dwang in opname, en eenzame opsluiting. Toen ik kort na mijn opname even naar de wc mocht (ik zat in een afgesloten slaapkamer), zag ik iemand die ik meteen herkende als een lotgenoot. Ik probeerde hem te omhelzen, wat natuurlijk een vreemde actie was. Daarna werd ik opgesloten in de separeer. ‘Ontremd’ heet dat dan, maar ik bedoelde het heel vriendschappelijk. De jongeman in kwestie had het bij navraag achteraf ook niet erg gevonden. Ik schaam me er niet voor en heb me er nooit voor geschaamd. Dat geldt natuurlijk niet voor iedereen, en ook alle schaamte moet verwerkt worden. Over het opsluiten heb ik lange tijd (als moralist) gedacht: “Ze konden niet anders dan mij opsluiten”. Het is niet zo lang geleden dat het verdriet hierover loskwam, over de opsluiting, de eenzaamheid, de overweldiging, de karige omstandigheden waarin ik werd achtergelaten. Mijn werkelijkheid was dat het vriendelijke personeel en de noodzaak van de actie, niet konden verhullen dat dit de meest verschrikkelijke en vernederende gebeurtenis uit mijn leven was. Dat kan niet anders dan verwerkt worden, beleefd worden als rouw. Begrip alleen is onvoldoende, het verstand is te beperkt. Mijn rationele ‘benadering’ heeft er in feite voor gezorgd dat ik dit pas heel laat verwerkt heb.
  3. Je verstand verliezen. Heftiger nog dan de maatschappelijke ‘streep’ is de ontwrichtende beleving van (met name de eerste) psychose zelf. Het voelde voor mij niet als mijn verstand verliezen, het voelde alsof mijn verstand in de hoogste versnelling ging en kon putten uit alle feiten, herinneringen, gedachten en gevoelens, die ik ooit in mijn leven verzameld had. Heftig was het wel en bij tijd en wijle heel erg angstig. In de kern was het ook een mooie ervaring, ware het niet dat ik compleet alleen gelaten was in een kale ruimte met een oncomfortabel hemd als kleding en een emmer als po. Ook na afloop viel er niets te delen/bespreken, het onderwerp werd gemeden (en destijds door de verpleging verboden in de gemeenschappelijke huiskamer).

De natuurwetenschappelijke uitleg van “je verstand verliezen” (met neurotransmitters, receptoren, kortsluiting in de hersenen en verhoogde activering van een religieus centrum) is weliswaar niet fysiek aangetoond in de hersenen, maar vormt voor mij een plausibele theorie. Toch is het niet genoeg. Het verklaart voor mij onvoldoende deze ervaring, die naast psychopathologisch ook heel persoonlijk en spiritueel was. Er is tegenwoordig veel info te vinden hierover op het internet. Net als bij punt 2, duurde het lang om deze ervaring te verwerken en heel eerlijk: dat is nog steeds niet helemaal gelukt.

Dit waren wat mij betreft de grootste pijnpunten. Dit besef ik me nu terwijl ik de diagnose al 17 jaar heb. Binnen de psychiatrie is er niet heel veel aandacht geweest hiervoor (behalve mijn onzekerheid dan), al kaart ik het inmiddels zelf wel aan. Ik heb al die pijn een beetje onder laten sneeuwen, eigenlijk. Vermengd met andere ongemakken. Maar ik vermoed dat veel mensen deze 3 punten herkennen.

Ik denk dat alle drie de punten aanmerkelijk verzacht kunnen worden, door ze in een vroeger stadium bespreekbaar te maken (en de rouw, schaamte, spirituele ervaringen, verdriet en boosheid te erkennen en te laten). Dwang, zoals opsluiting, moet natuurlijk zoveel mogelijk beperkt worden (wat in sommige regio’s, bv. West-Lapland al heel goed gelukt is, maar daar moet ik maar een andere keer een blog aan wijden). Ik hoop ook dat hier, 17 jaar na mijn eigen kennismaking, inmiddels wel meer aandacht voor is gekomen (?). Bij mij is er amper over gesproken, al had ik daar toendertijd waarschijnlijk ook weinig over te melden (wat verontrustend is op zichzelf).

Ik geloof dat met meer aandacht en erkenning voor die pijnlijkste kanten van diagnose en behandeling, de herstellende werking van de psychiatrie flink opgepept zou kunnen worden. Met mijn rationaliteit kan ik dan weer begrijpen, dat je gevoel wegstoppen of overslaan, niet tot iets goeds kan leiden. Alleen tot extra lijden.

 

Een Jonge Wetenschap

 

 

Nu ik wat meer in het wereldje van ervaringsdeskundigen en (ex-)psychiatrische patiënten bekend raak, kom ik er achter dat er veel boosheid heerst. Kijk bijvoorbeeld maar eens op de facebook-site “de Nieuwe GGZ”. Het is een site met een heel mooi doel, namelijk nieuwe initiatieven in de GGZ bespreken, die meer gebaseerd zijn op zelfregie en herstel dan de huidige GGZ, en waarin de zorg dicht bij huis is en familie goed wordt betrokken etc.. Er is veel interessants te lezen op deze site. Maar blijkbaar trekt zo’n facebook-site ook veel mensen aan, die boos zijn. Over hun leefsituatie, over hun behandeling, over de hulpverleners die ze zijn tegengekomen onderweg. Al die boosheid roept vaak ook weer boosheid of teleurstelling op bij medewerkers in de GGZ, die toch met goede bedoelingen en passie dit vakgebied in zijn gestapt. En ga zo maar door met wederzijdse kwetsuren als je niet uitkijkt.

Eerlijk gezegd snap ik die boosheid deels wel. De GGZ is letterlijk bedoeld voor de zorg voor je geestelijke gezondheid, maar je komt weleens slechter uit een kliniek als dat je er in ging, met medicijnen die meer bijwerken dan werken en met een trauma bovenop je al bestaande trauma’s.

Toch voel ik mezelf niet zo boos. In de kliniek vond ik het inderdaad niet bijster leuk (dat is eufemistisch), maar de ambulante zorg daarna heeft me zeker wel geholpen. Sommige mensen voelen zelfs dat niet. Lang niet iedereen wordt dus blijkbaar beter van de psychiatrie.

De manier waarop ik dat een plek geef, alles wat er mis kan gaan en ook gaat of gegaan is, is door het besef dat de psychiatrie een vrij jonge wetenschap is. Dat (jonge) wetenschappers ook niet alles weten, dat wist ik al, maar er wordt toch genezing verwacht van een dokter en dat is ook begrijpelijk…. Niet-beter-worden heeft zo’n enorme impact op impact op iemands leven. Een kritische lotgenoot antwoordde mij: “Jonge wetenschap? Aha, in de zin van nog niet volwassen…. Kinderlijk bedoel je zeker!” Dat bedoel ik uiteraard niet, dat komt geheel voor zijn rekening. Wat ik bedoel is dat de DSM in feite het eerste modelletje voor de psychiatrie is geweest, dat een beetje succes geboekt heeft en ervoor gezorgd heeft dat je als (ex-)psychiatrisch patiënt (helaas niet alle en dat is treurig genoeg) toch nog een best wel fijn leven kunt leiden. Ik bedoel maar: anders had ik dit toch niet kunnen schrijven en hadden jullie deze blog niet kunnen lezen?

Niet dat ik geloof dat we die DSM dan maar verder moeten ontwikkelen. Dat medische model heeft zijn grenzen wel bereikt. Maar verdere vernieuwing van deze jonge wetenschap in andere richtingen is wel nodig en mogelijk. Niet te bescheiden denk ik dat we als ervaringsdeskundigen best een mooie bijdrage kunnen leveren, vanuit de kennis van ons eigen herstelproces. Want tenslotte gaat het om wat we, met alle beperkingen, wel kunnen bereiken en niet om hoe je dan ook gediagnosticeerd bent.  

Best een beetje eng….

Afgelopen week stond ik in de krant. Of tenminste een lokaal magazine wat hier huis-aan-huis verspreid wordt. Als ervaringsdeskundige, samen met mijn collega’s, ter promotie van ons “kopje koffie met ervaring” wat we wekelijks houden in een zaaltje in een sociaal centrum hier in de stad. Het was een leuk, informatief artikel met een mooie foto van ons vieren.

Al vrij snel kreeg ik complimenten over dit artikel, in de bibliotheek, van een moeder die ik van school ken. Ze vond het een heel goed initiatief en ze prees me om onze openheid, om onze poging het onderwerp uit de taboesfeer te halen. Leuk om te horen, toch?

Na het bibliotheekbezoek moest ik naar de supermarkt, waar ik zoals altijd veel bekenden tegenkwam. De publicatie van het artikel, de complimenten van mijn mede-moeder, de drukte in de supermarkt: Ik weet niet precies wat het belangrijkste was, maar ik kreeg ineens allerlei verontrustende gedachten:

·         “Zwaait ze nu zo enthousiast omdat het ze het artikel heeft gelezen? “

·         Hey, die vrouw ken ik ook, maar deze keer zegt ze me geen gedag…. Of was dat altijd al zo?

·         En zij zegt me wel gedag, maar ze kijkt me niet echt aan…

·         Als ik hier nou een vrolijk loopje zou maken, of in mezelf fluiten, zouden ze dan denken dat….

·         Stel dat ik boos word in het openbaar, stevenen er dan meteen 3 mensen op me af om me vast te pakken?

·         Zouden mensen nu denken dat ik zielig ben, of nog erger: dat mijn kinderen zielig zijn?

 

Hier heb ik natuurlijk van tevoren ook al over nagedacht. Ik ga niet zomaar in de krant staan, ik weet dat het ook op mij een effect zal hebben. De realiteit is dat mensen denken wat ze willen denken, en dat ik daar niets mee te maken heb. Zolang ik dat kan bedenken, is het ook mijn probleem niet echt. Ik hoop van harte dat ons initiatief en onze kranten-actie een klein beetje verandering kan brengen in sommige vooroordelen, als bij-effect.

Maarre… misschien hebben ze wel gedacht:

·         Hey, dat is die vrouw uit de krant. Misschien eens aan mijn buurvrouw/neef/dochter/collega vragen of dat “kopje koffie met ervaring” iets voor hen is?

·         Hey, dat is die vrouw uit de krant. In het echt ziet ze er wel iets dikker uit….

·         Dat is Miranda, ik kijk even naar beneden dan ziet ze de puist op mijn kin niet.

Ach, de volgende keer denk ik vast weer gewoon aan de dagelijkse boodschappen…

 

Bullshit bingo

 

Het is heus niet allemaal bullshit. Meestal is het juist lief bedoeld. Soms is het een beetje onnadenkend. Of iemand snapt er geen ene bal van, en in plaats van vragen vat ie het samen in een op zijn minst rare en helaas soms ook kwetsende opmerking. Maar dat een psychiatrische aandoening voor veel mensen onbekend, eng of juist erg komisch (?) is, moge duidelijk zijn.

Ik zie er gelukkig wel een ontwikkeling in (bij mezelf dan), hoe deze opmerkingen bij mij binnenkomen. Raakte ik er eerst inderdaad gekwetst, onzeker of boos van (kijken jullie echt zo naar mij?), tegenwoordig kan ik veel beter zien dat die opmerkingen meestal niet kwaad bedoeld zijn. Ze komen voort uit, tja, grotendeels onwetendheid (of nog erger: vermeende “kennis” uit de krant) en angst. Of een nog lievere reden: bezorgdheid. Die niet van mij is en waar ik ook maar voor een heel klein deel iets tegen kan doen. Ik had eerst altijd de neiging om mezelf de schuld te geven, maar misschien is dat juist 1 van die psychische problemen van mij…. Wat zeg je? O, heb jij dat ook wel eens….dat je iets te persoonlijk neemt? Ja, kan natuurlijk. Het is ook best ingewikkeld allemaal.

Een ervaringsdeskundige die vast iets wijzer is dan ik, opperde dat mensen zich beter konden uitspreken (dan kun je het er nog over hebben), dan dat ze het alleen maar denken. Zit wat in.

Voor de broodnodige herkenning, een bloemlezing:

  • O, maar dat heb ik ook wel eens
  • Woon je gewoon thuis dan?
  • Wanneer wordt het gevaarlijk voor mij?
  • Heb je je pilletjes wel ingenomen?
  • Wat fijn voor je, dat je man bij je gebleven is
  • Wat doe je boos. Hoort dat bij je aandoening?
  • Ja hoor eens. Ik ben niet je therapeut hoor.
  • Wat knap dat je zelf voor je kinderen zorgt.
  • Wat knap dat….. (en dat is pas echt lief bedoeld!)?

Ben benieuwd om te horen hoeveel mijn lezers er herkennen. Zijn ze ‘raak’ ? Er zijn vast nog leukere….