Is snel-snel opsluiten de oplossing?

Het was maar een klein berichtje. Het zal niet veel mensen opgevallen zijn. Mij wel natuurlijk. Minister Schippers heeft namelijk een nieuwe maatregel voorgesteld tegen zgn. ‘verwarde personen’. Als ‘preventieve maatregel’ mogen zij 3 dagen vastgehouden worden ter observatie, om te zien of ze behandeling nodig hebben. Tijdens deze observatieperiode mogen ze opgesloten worden of van gedwongen medicatie voorzien, indien nodig.

Deze maatregel is niet heel erg vernieuwend: er is momenteel al een wet die bepaalt dat mensen vastgehouden mogen worden als ze een gevaar vormen voor zichzelf of voor de omgeving. Het verschil is wel dat de bestaande wet een rol kent voor de juridische macht: de rechter bepaalt of de beslissing terecht is (en zal in deze over het algemeen het advies van de psychiater volgen). In de nu voorgestelde maatregel is onduidelijk wie de beslissing neemt (niet de rechter in ieder geval, zoals in de huidige wet) of wie bepaalt wat er precies onder ‘verward’ wordt verstaan.

Zelf ben ik 2x gesepareerd. De eerste keer was ik net opgenomen met een psychose. Ik probeerde een medepatiënt te omhelzen. Achteraf heb ik gelukkig begrepen dat hij het niet erg had gevonden. Ik begreep de opsluiting wel, want het is niet handig als iemand willekeurig mensen gaat omhelzen. Toch was het de meest angstige ervaring van mijn leven om zo een aantal dagen opgesloten te zijn. Niemand praatte met me. Niemand reageerde op mijn angstkreten en ik voelde me ten diepste aan de goden overgeleverd.

De tweede keer was ik niet psychotisch, alleen maar lastig. Een andere medepatiënte, mijn kamergenote, was heel boos op me, omdat mijn onrustige gedraai haar uit haar slaap hield. Zij zou een paar dagen later naar huis gaan. Tegenover de verpleging stond ik met mijn mond vol tanden, waarop besloten werd dat ik degene was die in een aparte kamer moest slapen. Achter slot en grendel wel te verstaan. Ik raakte in paniek na mijn eerdere ervaring en werd opnieuw naar de separeer gebracht en van veel medicatie voorzien, wat een gat in mijn geheugen sloeg van 3 dagen.

Opsluiting, gedwongen medicatie, dwang. Het helpt niet. Het zorgt voor wantrouwen, in de hulpverleners, in de medemens en in jezelf. Ik geloofde wel in de goede bedoelingen van mijn hulpverleners van toen, ondanks dat ze mij opsloten en voor mijn gevoel aan mijn lot overlieten. Ik zag wel in dat hun mogelijkheden beperkt waren, ondanks dat het mij trauma opleverde.

Ik vind die vlieger inmiddels, 15 jaar later, allang niet meer opgaan. Op verschillende locaties is er een mogelijkheid om een naaste te laten blijven. Er zijn plekken waar voortdurend een hulpverlener beschikbaar is voor degene die gesepareerd is. Op sommige plekken wordt al geexperimenteerd met ‘open dialogue’, een methode die in andere landen al laat zien dat separatie helemaal niet meer nodig is. Ontwikkeling van deze, veel mensvriendelijkere en daarmee uiteindelijk effectievere, behandelmethoden worden natuurlijk bemoeilijkt door de vele bezuinigingen in de GGZ.

Het is een stap terug in de tijd en in menswaardigheid om dan een maatregel in te voeren die leidt tot meer opsluiting en gedwongen medicatie. Een maatregel waarvan het nog maar zeer de vraag is dat die effectiever zal zijn dan de al bestaande, in het bestrijden van maatschappelijke problemen. Tussendoor worden mensen eventjes van hun (mensen)rechten ontdaan, zonder enige bescherming tegen willekeur. Ach, wat zijn die drie dagen nu op een mensenleven? Nou, er is een hoop kapot te maken in dat mensenleven met drie dagen dwang….

Hieronder kun je een petitie tekenen die in het geweer komt tegen deze maatregel. Teken alsjeblieft als je wilt dat ook in Nederland mensenrechten gerespecteerd worden:

https://petities.nl/petitions/tegen-de-time-out-maatregel-in-de-wet-verplichte-geestelijke-gezondheidszorg?locale=nl

 

 

Advertenties

Een vernieuwde introductie

Ik dacht eerst ik ga de introductie veranderen. Niet alleen ben ik twee jaar ouder dan toen ik begon met deze blog, ik ben ook twee jaar verder en tot mijn geluk kan ik zeggen: twee jaar verder in mijn herstel. Ik vind het toch wel leuk om te laten staan hoe ik er twee jaar geleden tegenaan keek. Hieronder dus een iets verder gevorderd verhaal en in de introductie zal ik mijn leeftijd aanpassen en mijn echte naam gaan gebruiken, Miranda. Tijd voor openheid, toch?

Dit is het verhaal van hoe ik ziek werd en hoe ik herstelde. Hoe mijn leven gelukkig weer (veel) belangrijker werd dan mijn ziekte.

jouw_herstel_proces

De diagnose ‘bipolair I’ kreeg ik 16 jaar geleden. Destijds was ik bezig met mijn promotie in de natuurkunde. Mijn contract liep ten einde, maar mijn proefschrift was nog lang niet klaar. Ik wilde ermee stoppen, maar dacht dat ik niets anders kon. Een doodlopend pad in mijn hoofd. Mijn concentratie was verdwenen, evenals mijn energie. De dokter verklaarde me overspannen. ‘Overspannen’ werd een paar maanden later bij een vervangend huisarts ‘depressief’. Van die diagnose schrok ik zo, dat ik mezelf gedurende een aantal nachten uit de depressie probeerde te ‘denken’. Dit lukte wonderwel (dat is cynisch bedoeld), want die slapeloze nachten leidden binnen een week tot een psychose.

Ik werd gedwongen opgenomen met een IBS (in bewaring stelling, een handtekening van de burgermeester). In de inrichting moest ik al snel in de separeercel. Zo ben je nog een getalenteerde jonge wetenschapper, zo zit je opgesloten in een kamertje van 3 bij 4, met je eigen angsten en voortrazende gedachtenstroom. Over die psychose en het verblijf in de separeer heb ik een aantal blogs geschreven (gesepareerd, psychose, opname, de-mini-psychose-quiz).

De opname duurde vijf maanden en ik wisselde van depressief naar manisch en weer terug naar depressief. Ik werd ingesteld op het medicijn lithium en daarmee bleef ik lange tijd stabiel. In tegenstelling tot veel van mijn lotgenoten, kreeg ik de kans om in mijn ‘oude’ leven terug te keren: Vriend, familie, vrienden en werkgever, vrijwel niemand liet me alleen. Dit was een wrange tegenstelling tot veel van mijn medepatienten, die in de kliniek vrijwel nooit bezoek kregen. In de eerste jaren na de opname vond ik daarom dat ik maar geluk had gehad bij een ongeluk, ik als ‘psychiatrisch patiënt’ en dan toch zoveel steun. Dat was een redelijk realistische blik, maar tamelijk onaardig richting mijzelf. Ik had namelijk niet iets heel ergs gedaan, ook niet tijdens mijn psychose (al was mijn omgeving natuurlijk wel erg geschrokken van de verandering in mijn persoon). Dat waar ik last van had, wordt ook wel zelfstigma genoemd, en dat versterkte, ondanks de therapie, het negatieve zelfbeeld wat er voorheen ook wel was.Hoewel ik van alles bereikt had, bleef ik in mijn eigen ogen immers de psychiatrisch patiënt’.

Ondanks dat, en met een psychiater en SPV-ster die geloofden in mijn kunnen, lukte het me om vier jaar na de opname alsnog mijn promotie af te ronden, een waar hoogtepunt (hoe-heeft-ze-dat-gedaan-dan?). In de vier jaren erna trouwde ik met mijn (nog steeds dezelfde) vriend, we kochten een huis en kregen twee mooie dochters. Ook ging ik eindelijk werk doen “waar-mijn-hart-wel-lag” en werd projectleider in de publieke gezondheidszorg. Het leek een lang-en-gelukkig-einde. Helaas stak de bipolaire stoornis wel weer eens per jaar zijn kop op. Wel kon ik steeds beter de episodes “voorzien” en indien toch nog nodig: er zonder al te veel kleerscheuren ‘doorheen komen’. Ik hoefde gelukkig niet te stoppen met werken.

Met een man, twee dochters, een baan en een huis, en min of meer stabiel, had ik niets meer te klagen zou je zeggen. Toch was ik nog steeds vaak somber, onzeker, piekerend en twijfelachtig, eigenlijk los van allerhande symptomen die bij de aandoening zouden moeten horen. Waar ik (inmiddels met een overschot aan psychiatrisch gedachtegoed, ben ik bang) een dysthyme stoornis vermoedde, zei mijn psychiater: “Nee hoor, dat zijn gewoon levensvragen waar ieder mens mee worstelt”.  Grrr, ook dat nog… Levensvragen… Hoe moest ik die nou oplossen? In feite was ik teveel op de almacht van de psychiatrie gaan vertrouwen, en daarmee veel te weinig op mijn eigen gevoel…

Zo begon geleidelijk mijn tweede zoektocht. Een zoektocht naar mijn eigen levenskracht. Gezien alles wat ik al voor elkaar gekregen, moest daar toch best veel van zijn, ergens, maar ik leek het niet in te kunnen zetten voor mijn eigen geluk. Dat besef kreeg ik steeds meer, waar ik eerst gedacht had dat ik te zwak was daarvoor. Gevolg van een maatschappelijke waan.

Herstellen doe je zelf, zeggen ze. Je hebt je eigen regie hard nodig en ik ben blij dat ik die toch terug heb weten te pakken. Herstellen is  niet alleen een ‘maatschappelijk’ proces, het (opnieuw) invullen van rollen, maar ook een heel persoonlijk proces. Wat verdacht veel overeenkomsten heeft met persoonlijke groei, trouwens. Ik heb in dat persoonlijke herstelproces veel gehad aan de cursus Werken met Eigen Ervaring, die ik gedaan heb bij ENIK recovery college. Terwijl je naar je eigen toekomst kijkt (wat zijn je wensen, hoe ga je daaraan werken?) moet je soms teruggrijpen naar je verleden: Wat is er met je gebeurd? Wat is je verhaal? In het contact met lotgenoten, die aan een half woord genoeg hebben en tegelijkertijd, veel meer dan anderen, woorden aan jouw ervaring kunnen geven, start de verwerking daarvan en kan je zelfvertrouwen weer groeien.

Als je een diagnose krijgt, leer je meteen dat je moet gaan accepteren dat je deze aandoening werkelijk hebt. Dat je medicatie moet nemen en je leven moet aanpassen. Dat je misschien wel een beperking moet accepteren. Op zich is dat goed advies. Ik ben blij dat ik m’n episodes ‘snap’. Naar aanleiding van mijn verhaal denk ik dat ik toch kan zeggen: Ga alsjeblieft niet te ver met dat accepteren…vooral niet meteen. Minder kan altijd. Je bent nog steeds meer mens dan diagnose, en je hebt meer gezonde onderdelen dan zieke. En zelfs als je veel te veel ziekte hebt, heb je nog een leven. Al heb je maar een strohalmpje, pak ‘m toch maar. Groei is echt mogelijk.

Veel profijt van mijn blog en reageer als je zin hebt, dat zou ik leuk vinden.

 

De mini-psychose-quiz

Psychose is best een eng woord. De meeste mensen willen desgevraagd waarschijnlijk niet in een psychose terechtkomen. Er zijn zelfs veel mensen die nooit een psychotisch persoon tegen zouden willen komen, zelfs niet als de psychose al goed en wel voorbij is.

De vraag is natuurlijk: Kloppen de vooroordelen? Wat weten we eigenlijk van psychoses? Is het inderdaad ontzettend eng om dit mee te maken? Wat doen mensen in psychotische toestand? De volgende quiz is gemaakt om uit te vinden hoe het met je kennis over dit onderwerp staat. Weet je van de klok en de klepel, heb je veel ervaring of ken je het zelfs van binnenuit? Vul de quiz in en je krijgt een antwoord en bijbehorend leesadvies.

Is een psychose eng?

  1. Eng? Ja, vooral voor de omstanders eng. Zoek dekking!
  2. Eng? Ja, het lijkt me wel eng om je eigen waarneming niet te kunnen vertrouwen
  3. Eng? Ja, het kan eng zijn, maar is soms ook een bijzondere ervaring

Als je psychotisch bent, blijf je psychotisch

  1. Dat weet ik niet, maar een normaal leven kun je natuurlijk verder wel vergeten.
  2. Meestal gaat het over, maar je loopt wel goede kans om het terug te krijgen.
  3. Met behulp van medicijnen en door op vroege signalen te passen, kan ik een volgende psychose voor zijn.

De isoleercel is ….

  1. Om mensen op te sluiten die zich slecht gedragen in gevangenis of inrichting
  2. Bedoeld om een prikkelarme omgeving te creëren voor psychiatrische patiënten
  3. De beste reden om een volgende opname te willen voorkomen.

Psychotische patiënten opsluiten mag…

  1. Als zij het de verpleging te lastig maken
  2. Als zij een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving
  3. Als er een handtekening voor is van de burgemeester

Wat denkt een patiënt met psychoses?

  1. Dit is een onmogelijke vraag, want een mens kan alles wel bij elkaar fantaseren en later zal ie er wel niet meer veel van weten en kan hij het niet navertellen.
  2. Paranoia komt vaak voor bij schizofrenie, terwijl manische mensen vaak grootheidswanen en/of religieuze wanen hebben.
  3. Elke mens heeft een stukje van Jezus of Mohammed in zich. Die wijsheid kwam op het eind van de psychose, en dat voelde fijn.

Lees verder

Gesepareerd

De weg naar het Willem Arntzhuis

Ik was 30 en bezig met mijn promotie-onderzoek. Ik had al enkele maanden een depressie, maar die was pas net gediagnosticeerd. Het was een invalkracht in de huisartsenpraktijk, die dit verschrikkelijke oordeel gaf. Thuisgekomen zeeg ik op de bank ineen (dat hoor je immers te doen als depressieve patiënt) en begon te denken. Mijn hoofd ging steeds sneller en sneller denken. Achteraf klinkt het nog steeds vreemd, maar al malende over de diagnose ‘depressief’ veranderde mijn stemming binnen een etmaal naar ‘manisch’. Het leek voor mijzelf alsof ik al denkende mijn depressie aan het oplossen was. Helaas van de regen in de drup, blijkbaar. Gedurende de volgende 5 dagen sliep ik amper en voor ik of iemand anders het goed en wel doorhad zat ik midden in een psychose, met alleen nog maar waangedachten. Het ging zo snel, dat ik amper de tijd had om geld uit te geven, wat men in een manie wel schijnt te doen. Wel schreeuwde ik soms heel hard, ik praatte supersnel en belde mensen in paniek op, wat voor hen zonder reden leek. Tja, en van een ijverige onderzoeker in opleiding. ben je zo heel rap veranderd in een “gevaar voor jezelf en/of je omgeving”.

 

Binnen een week nadat ik manisch was geworden, bevond ik mij daarom in het Willem Arntz-huis te Utrecht, in 1 van hun separeercellen. Ik werd in een zogeheten scheurkleed gehesen en achtergelaten in een lege cel met 3 zware matrassen een wc-emmer, alleen met mijn veel te snelle gedachten

Een kamer van 3×4 m

Drie dagen was ik in die separeercel. Ik herinner me er niet meer alles van, maar toch best veel. Door het raam zag ik de binnenstad van Utrecht. De Dom zag ik niet, noch de Oudegracht, dus ik wist niet 100% zeker dat ik in Utrecht was, maar het leek er wel erg sterk op. Ik dacht dat ik in een geheim gebouw opgesloten was, want ik kende geen hoog gebouw in dat stuk van de binnenstad. Een geheim gebouw, exclusief voor vrouwen die er een potje van gemaakt hadden. Het moest wel verborgen zijn onder een laag onzichtbaar plastic. Een soort van Christo, maar dan heel goed gedaan, zodat niemand het wist. In de kamer naast mij zat een vrouw zoals ik. Ook zij had haar straf in dit gebouw verdiend. Ik kende haar wel. In de buitenwereld was mij verteld dat ze zelfmoord gepleegd had. Dat was dus helemaal niet zo. Ik dacht dat ik voor altijd opgesloten zou zitten, net als zij. Ik probeerde contact met haar te maken, maar ze leek de hele tijd ineengedoken te zitten. Later kwam ik erachter dat zij een deel van het bad was in het badkamertje naast de separeercel.

Op een van de muren van het kamertje, op een hoogte van ongeveer 2,30 m, stonden sporen van krassende nagels. Tien krassen op een rij, in de vorm van twee handen, die een spoor maakten van boven naar beneden. Het hield me bezig hoe die daar konden komen. Zelfs als ik de drie matrassen op elkaar zou stapelen, zou ik er niet bij kunnen. Een van de wanden bestond voor de helft uit glas. Het glas was in feite twee ramen met ruimte ertussen. Op de zo ontstane vensterbank stonden enkele voorwerpen, zoals een klok en een stuk papier waarop was beschreven hoe de patiënt bezwaar kon maken tegen zijn behandeling (dat heb ik natuurlijk vele malen geprobeerd, maar het is me niet gelukt). Er hing ook een schoolbord en er was krijt. Op het bord stond meestal wanneer de verpleging weer terug zou komen. Dit klopte vrijwel nooit, ze waren vaak te laat. Vijf minuten duurt lang in zo’n situatie. Soms stond er niets op het bord. Dat was nog erger.

Gedachten en gevoel

Het grootste deel van de tijd voelde ik me alleen en bang. Behalve dat mijn hoofd razendsnel aan het denken was en daar warm van werd, voelde ik ook drukkende plekken in mijn lichaam, een soort knopen. Telkens op een andere plek in mijn lijf ontstond een kloppende en gloeiende plek. Eerst bij mijn buik. Ik kon gelukkig verkoeling vinden bij de koude muren van de isoleercel. Daarna mijn keel, mijn rug, mijn borst, mijn voorhoofd. Een voor een vlijde ik het kloppende deel tegen de koude muur. Bij mijn hart hield het langste aan en ging het pijnlijke gevoel niet helemaal weg. Het voelde aan als een gat.

Na een paar angstige en eenzame dagen, waarin ik alleen was met mijn gedachten en gevoelens, kreeg ik ineens de geest. Ik moest al mijn ideeën en plannen, voornamelijk bedoeld om de wereld te redden, kwijt op het grote schoolbord, daarvoor was dat natuurlijk opgehangen. Dat lukte, het stond helemaal volgekriebeld. Terwijl ik aan het schrijven was, voelde ik dat het gat in mijn hart gevuld werd. Bij elke kleine conclusie viel er een boomblaadje in het gat, en daarop weer een, tot mijn hart weer helemaal vol was. Toen ik klaar was met mijn werk schreef ik rechtsonder bij wijze van handtekening “Amen”. Na dat laatste woord realiseerde ik me dat niemand deze lap tekst mocht lezen… Dan zouden alle goede dingen die ik bedacht had, niet uitkomen. Ik veegde alles weer uit. De woorden waren nog steeds half zichtbaar. Er was geen water meer, dus ik depte wc-papier in de met urine gevulde wc-emmer en begon daarmee ‘schoon’ te maken. Het gebruikte papier ging terug in de emmer. Alles werd mooi schoon zo, het bord was weer pikzwart. Ik stapelde de 3 matrassen op elkaar op de plek waar ze het eerst lagen en ging er netjes op zitten met mijn handen op schoot. Op dat moment kwamen de verpleegkundigen binnen. Ik voelde me goed en mocht eindelijk weer mee naar buiten.

Psychose

Psychose van buiten

Hoe ziet een psychose er uit? Aan de buitenkant zie je in ieder geval een verward en vermoeid persoon. Ze heeft al bijna een week niet geslapen, maar het hoofd werkt door. Er bestaat kans op het plots omhelzen van voorbijgangers. Dit wordt door de verpleging seksueel ontremd genoemd. Ze wil hem echter alleen helpen, want hij ziet er zo zielig uit (de jongen was ook psychotisch). Of die andere man, die ziet er zo lief uit, alsof hij Jezus was (een verpleegkundige). Alle mensen zijn Jezus, maar deze lijkt er wel erg sterk op

Hoewel de meeste mensen stil, angstig en gebukt door de gangen van de opname-afdeling lopen, gedragen sommige psychotische patiënten zich anders. Een Chinese jongen slaat het serviesgoed tegen de grond. Een andere jongen, een bodybuilder van een jaar of 25, wordt telkens door 12 verplegers naar de separeercel gebracht, uit angst voor zijn agressie.

Psychose van binnen

Van buiten heb ik dus te maken met een lijf wat bibberig is en telkens de weg kwijt. Ik zwalk te midden van de soms heftige medebewoners van de opname-afdeling of tussen de beangstigende prikkels van de isoleercel. Aan de binnenkant is mijn hoofd druk bezig met de ontdekking van de hemel. Intern bestaat de psychose uit razendsnelle gedachten en ideeën die door mijn hoofd racen. Het is als vuurwerk, waarvan je niet zeker bent welke richting het gaat kiezen. Alles wat ik bedenk voelt als de absolute waarheid. Wat om me heen gebeurt, gebeurt omdat het in mijn psychotische plaatje past en niet omgekeerd. Ik vraag mij iets af en vind het antwoord, ergens in mijn geheugen of in de omgeving. Associaties erbij poppen onmiddellijk op en roepen nieuwe vragen op, die even snel op een antwoord stuiten in dat immens snel werkende hoofd van mij. Ik heb achteraf gehoord dat psychiaters het soms als kortsluiting benoemen en zo voelt het ook. De psychose bestaat uit een lange reeks van antwoorden en alles blijkt met alles te maken te hebben. De tweede wereldoorlog heeft te maken met de pijn van de vrouw die door een familielid is verkracht. De geboorte van mijn neefje heeft een connectie met de ‘dawning of the Age of Aquarius’ (uit Hair). Het doet een beetje denken aan de ‘Slinger van Foucault’ van Umberto Eco. Hierin wordt uiteindelijk het lot van de wereld bepaald door afspraken die de Tempeliers in de 14e eeuw gemaakt hebben. Ik kom op conclusies die ik op dat moment prachtig vind, maar nu ik ze opschrijf zijn ze iets minder opzienbarend: * Kinderen moeten buiten spelen, maar dat is niet zo gezond vanwege de luchtkwaliteit * Het gebouw waar ik inzit, is geheim en niemand kent het * Mijn zus is jezus (=je zus) * Bij nader inzien: eigenlijk is iedereen Jezus, of heeft een stukje van Jezus in zich * Dat wil dus wel zeggen dat alle psychiatrische patiënten gelijk hebben als ze denken dat ze Jezus zijn, of Mohammed.

Psychose gedeeld

In iedereen huist wel een stukje Jezus. Dat was en blijft mijn conclusie. Een mooi einde van een verder voornamelijk beangstigende psychose, want het wil zeggen dat het goed zal komen met de wereld.

Na de conclusie kwam ik terug op de afdeling en bleken er meer mensen zojuist een psychose gehad te hebben. Sommigen hadden vreemde dingen gezien, anderen hadden vreemde gedachten of gevoelens, zoals ik. Velen hadden zelfs dezelfde conclusie getrokken! Nog dik in de manie of psychotische randverschijnselen, waren zij goede gesprekspartners. Wat waren wij het eens, hartgrondig! Met z’n allen konden we nog meer conclusies trekken en dat is wel wat gevaarlijk: Er kan een nieuwe psychose uit ontstaan (de verpleging noemt dit  ‘triggeren’).

Dit laatste punt, het feit dat je zo gemakkelijk kunt praten met je mede-patiënten, terwijl anderen moeite hebben om je te volgen, blijft verbazingwekkend voor mij. Blijkbaar is een psychose geen individueel verschijnsel met toevallige fantasieën. Ik heb iemand (om precies te zijn Sam Gerrits) eens horen zeggen dat je tijdens een psychose in verbinding staat met het collectief onderbewustzijn, een term van Jung voor het gezamenlijk geheugen, de kennis die ons mensen verenigt. Iemand nog mooie sterke verhalen over helderziendheid en gedachten lezen en dat soort dingen???

Opname

Met twee vrienden ging ik op de fiets richting de crisisdienst in de stad. De huisarts had ons hiernaar doorverwezen. Ik was psychotisch, maar dat had ze er niet bij gezegd. Aan mijn vrienden de schone taak om mij heelhuids op de plaats van bestemming te krijgen. Onderweg moest ik een paar keer erg belangrijke dingen tegen hen vertellen, die ik me nu helaas niet meer kan herinneren. Mijn conclusie was daarbij steeds, dat het niet zo nodig was om naar die crisisdienst te gaan. Steeds wisten mijn vrienden P. en A. me toch terug op de fiets te krijgen.

 

Bij het Ledig Erf zaten een paar mannen op een bankje in de zon. Het type man wat daar zit te genieten van zijn AOW-tje, klein pensioentje of misschien wel WIA-tje (toen nog WAO), met een paar vrienden. In mijn ogen waren zij heel wijs. Zij zaten daar maar gewoon lekker in het zonnetje te genieten, terwijl de rest van ons door liep te draaien in de ratrace… Ik vond het dus een heel goed idee om bij hen te gaan zitten. Ze keken me een beetje vreemd aan, maar beantwoordden wel vriendelijk mijn vragen. Ik vroeg hen of ze vonden dat ik met P. en A. mee moest gaan naar dat ziekenhuis. “Zijn dat je vrienden? “ vroeg een van de mannen. “Ja”, “Ken je ze al lang?”, “Ja, al heel lang”, “Dan zou ik maar gewoon met ze meegaan” besloot hij. Het advies van een wijs man en dat kun je niet zomaar naast je neerleggen.

Bij de crisisdienst werden we in een klein kamertje achtergelaten. Ik kreeg een paar pilletjes voor mijn neus. Die ging ik niet meteen slikken. Het kamertje werd steeds voller met allerlei hulpverleners, nog een vriendin en mijn ouders, maar de sfeer werd er niet beter op. Mijn vrienden was verteld om niet tegen mij te praten, dat zou mij alleen nog verder in de war brengen. Ik kan degenen die dit geloven bij deze uit de droom helpen:  Een kamer vol met mensen die stil naar je staan te staren, sommigen met tranen in de ogen, is behoorlijk inspirerend voor de verdere uitbouw van een psychotisch waansysteem (=de ‘structuur’ van alle waangedachten die je op zo’n moment in je hoofd hebt).

Er kwamen steeds meer vrouwen bij. Voornamelijk verpleegkundigen en 1 keer een psychiater, heb ik later begrepen. De vrouwen waren allemaal stevig gebouwd, stoer gekleed en met kort en/of roodgeverfd haar. Ik vroeg waarom er daar “alleen potten werkten”…. Sorry, dames…

Ik deed een paar mislukte ontsnappingspogingen uit het overvolle kamertje, waaronder 1 uit het raam. Dat deed de deur dicht: gedwongen opname met inbewaringstelling (IBS) was het onvermijdelijke vonnis. Met een ambulance werd ik afgevoerd naar het psychiatrisch ziekenhuis, met achterlating van mijn geschokte vrienden.