Een Rotterdams geluid

Vandaag was op het nieuws, dat in Rotterdam meer dodelijke slachtoffers vallen door verwarde personen, dan door terroristen. O ja, joh? Is dat in de rest van Nederland niet ook het geval? Zijn er dit jaar ook niet meer doden gevallen door keukentrapjes, kerstbomen en zelfs badsponzen dan door terrorisme? Of heb ik iets gemist en klopt mijn idee niet, dat er in Nederland überhaupt geen slachtoffers zijn gevallen door terrorisme? Dat het dus helemaal niet zo’n prestatie is van die arme verwarde personen, om deze twijfelachtige wedstrijd te winnen van de terroristen?

Het artikeltje stond ook op NU.nl, met daar dus de waarschijnlijk lekker bekkende kop “Politiechef Rotterdam noemt verwarde mensen ‘dodelijker dan terrorisme”. Als je de moeite neemt om het artikel helemaal te lezen en je let op de inhoud in plaats van de laten we zeggen gerichte toon van het artikel, dan kom je er achter dat er in Rotterdam zelfs een zorgmedewerker (!) rondloopt (of nu gelukkig vastzit), die meer mensen heeft vermoord dan alle verwarde en terroristische personen in de hele stad bij elkaar. Daarmee had je een hele andere krantenkop kunnen maken. 

Is het dan niet erg dat er verwarde personen loslopen, die vanuit hun aandoening mensen vermoorden, terwijl ze eigenlijk GGZ-zorg zouden moeten krijgen? Ja, natuurlijk is dat erg. Het lijkt me onderhand tijd dat we er achter komen dat de bezuinigingen op de GGZ zeer duurbetaald zijn. En dan doel ik niet alleen op de akelige verhalen zoals deze politiechef ze hier vertelt en zoals we ze in de krant lezen, maar vooral op de toename in zelfmoordcijfers, de wachtlijsten die overal veel te lang zijn en niet te vergeten de Jeugd-GGZ, die in sommige gemeenten zelfs op slot zit. Het is een regelrecht gevaar voor de volksgezondheid, wat heel veel mensen treft.  

Maar wat denkt deze politiechef nou helemaal? Dat hij die problemen aan kan pakken en bezuinigingen terugdraaien, door tegelijkertijd vooroordelen over personen met verward gedrag een beetje extra aan te dikken en maatschappelijke angst aan te wakkeren?  Zulke vooroordelen zijn enorm schadelijk voor iedereen die te maken heeft met een ernstige psychiatrische aandoening en die gewoon een beetje probeert om zijn of haar leven weer op te bouwen na een ‘botsing’ met de psychiatrie. Kom op: we probeerden net een beetje uit het donker te kruipen…

Wat zegt u? Denkt u niet dat het hier om vooroordelen gaat?

Dan wil ik even wat cijfers voorleggen die eigenlijk nooit in krantenkoppen terecht komen, maar wel waar zijn. Ze gaan over de relatieve vertegenwoordiging van bepaalde bevolkingsgroepen in de gevangenis (incl. TBS). Mensen met een psychiatrische aandoening zijn inderdaad oververtegenwoordigd: ze komen relatief 2x zo vaak in het gevang of TBS-kliniek. Mensen van allochtone afkomst zitten nog wat vaker vast dan dat. Niet schrikken, ik wil niet discrimineren. Ik trek me persoonlijk niet zoveel aan van dit rijtje cijfers, want het gaat sowieso maar over enkele procenten van de totale bevolking. En bovendien: Hoe zou ik dan nog moeten reageren op de laatste statistiek uit dit rijtje? Mannen zitten namelijk ongeveer 20x zo vaak gevangen als vrouwen. Bron: CBS

Advertenties

Koppie omlaag, koppie omhoog

Ik heb er over nagedacht, hoe het ongeveer voor mij gewerkt heeft, met dat zelfbeeld, wat sowieso wil schommelen zoals mijn stemming. Hoe ik vroeger erg op mezelf neerkeek en later toch weer niet (of meestal niet) gelukkig. Ik ben benieuwd of het herkenbaar is en of er ook bij anderen een ontwikkeling in zit. Of er weer wat muziek in is gekomen, door de jaren heen (of hopelijk wat sneller).

Nou was mijn zelfbeeld al niet om over naar huis te schrijven voor ik de diagnose kreeg. Oké, ik vond mezelf wel slim. Dat zou wel raar zijn als ik mezelf niet slim vond. Nou ja, wiskundig-slim dan, niet zo praktisch-slim. Alleen veel meer dan dat vond ik niet van mezelf.

Toen kreeg ik een opname, en een diagnose. Het werd daarmee overduidelijk dat ik toegetreden was tot het gilde van de “psychiatrische patiënten”. Dat betekende een flinke duik voor mijn zelfbeeld en ik vind het achteraf niet zo vreemd. De oordelen en vooroordelen zijn talrijk. Er hoorden voor mij ook allerlei angsten bij:

·         Bang dat de psychose terug zou komen, dat ik weer opgenomen en/of opgesloten zou worden

·         Bang dat mensen me niet meer serieus zouden nemen

·         Bang dat ik in de steek gelaten zou worden

·         Bang dat van die “enge” verhalen, die zo de ronde doen over psychiatrische patiënten, er ook wel 1 of 2 op mij van toepassing zouden zijn.  

·         Mijn al aanwezige onzekerheid werd versterkt: als ik zoiets kon krijgen, wat wist ik dan eigenlijk van “het leven”? Ik kon maar beter goed naar de daartoe aangestelde professionals luisteren. 

En dat laatste deed ik. Ik gaf mijn leven bijna ‘uit handen’ en probeerde alle mogelijke adviezen op te volgen, met name van hulpverleners. Deze, ietwat ‘nederige’, rol van psychiatrisch patiënt paste eigenlijk wonderwel bij mijn angsten en onzekerheid.

Ik zou bovenstaande nu betitelen als “zelfstigma”, maar als ik eerlijk ben heeft het me wel geholpen om weer maatschappelijke rollen op te pakken. Ik vond het zo belangrijk om alles “goed” en “normaal” te doen. Alleen de gehoopte groei in zelfvertrouwen, zelfrespect, levensenergie: Die bleven wat achter en dat was toch wel essentieel geweest voor wat geluksgevoel….

Hoe ging het verder? Ik ben hier uiteindelijk uitgekomen, uit dit ongezonde denkpatroon. Persoonlijk contact met lotgenoten heeft me veel geholpen. Daardoor ben ik er achter gekomen dat anderen ook zo naar zichzelf kijken (en dan zie je van de buitenkant dat het een ongezond denkpatroon is). Of dat ze juist veel positiever en relaxter naar zichzelf kijken, terwijl hun maatschappelijke “status” soms best laag was. Ik voelde intuïtief dat die laatste groep gezonder in het leven stond.

Compassie voor mezelf is denk ik het toverwoordje geweest… en inzicht in eerdere (voor)oordelen.

Het was nog niet klaar…. Toen het me lukte om mezelf (meestal) te zien als volwaardig en waardevol, kwam ik er pas goed achter hoe het gesteld is met de vooroordelen rond psychiatrie.  Van krantenartikelen waarin den Dolder zo’n beetje tot “no-go-area” bestempeld wordt (ja, ik was er opgenomen), tot de buurvrouw die zich afvraagt wanneer ik eng voor haar word: Allerlei vreemde opmerkingen kwamen voorbij en …. hebben me ook gekwetst.

Totdat ik me realiseerde, dat ikzelf eerst OOK in die vooroordelen getrapt ben. ….

Dus probeer ik nu ook compassie te hebben voor de mensen die hun vooroordelen willen delen.…  

(maar het blijft goed dat er een club is zoals www.samensterkzonderstigma.nl)