Hoe heeft ze dat gedaan, dan?

Hoe word je dr.ir. bipolair?

Er wordt mij wel eens gevraagd hoe dat nu gelukt is, dat promoveren in de natuurkunde na een psychose. Ik denk niet dat ik een exact (wetenschappelijk 😉 ) antwoord kan geven op die vraag, maar er zijn wel wat factoren die me zeker geholpen hebben, soms geluk, soms kunde.

Als disclaimer wil ik kwijt dat niemand van mij (met of zonder een psychose) een graad in de natuurkunde hoeft te gaan halen, tenzij je het graag wilt, natuurlijk. Maar je kunt best je wensen zoeken (ze kunnen aardig op de achtergrond raken na een botsing met de psychiatrie) en achterna gaan. Aan de andere kant kun je niet om je kwetsbaarheid heen. Daarom dit verhaal. Ik besef me dat het heel persoonlijk is, dus kijk maar of je er iets mee kunt.

  1. Een paar weken na mijn laatste separeerbezoek had ik de intense wens: “IK WIL MIJN LEVEN TERUG!”. Ondanks dat ik dat leven een maand daarvoor, toen ik depressief was, nog intensief vervloekt had, wilde ik het absoluut terug. Het leek me met terugwerkende kracht hemels vergeleken bij de opname-situatie waar ik in zat. Dit heeft hoop gegeven of wenskracht of wilskracht, of misschien alle drie. Het heeft voor de eerste jaren in ieder geval richting gegeven aan mijn herstel .
  2. De volgende psychiatrische interventies hebben me vooral geholpen: Lithiummedicatie, en ja, ook die haldol, en mijn noodplan. Hiermee heb ik een aantal psychosen en opnames weten te voorkomen, door op tijd antipsychotica te gaan slikken (veel lagere dosis, gelukkig geen robotverschijnselen). Zelfinzicht & ziekte-inzicht bleken dus erg handig en de min of meer stabiele toestand die er uit volgde, ook. Ik moet er bij vermelden dat ik hierdoor kon functioneren. Ik werd er nog niet blij van…
  3. Ik kon meteen weer aan het werk. De re-integratie duurde weliswaar behoorlijk lang, meer dan een jaar, toch zag mijn werkgever het nog zitten. Dat was echt zoveel beter dan wat ik om me heen hoor van lotgenoten.
  4. Mijn psychiater en SPV-er waren zeer gericht op stimuleren van de doelen die ik me gesteld had EN tegengaan van mijn zelfstigma (dat was behoorlijk wat in die tijd). Ze waren daarin dus aardig vooruitstrevend (dit verhaal speelt net na 2000).
  5. Best wel wat luistervermogen was er in mijn sociale omgeving, die over het algemeen betrokken was, en er was geen merkbaar stigma in de directe omgeving, zoals op het werk waar ik geen openlijke vooroordelen tegenkwam. Ik heb het niet over alle onwetendheid die ik te horen heb gekregen (bv. ‘wanneer word je gevaarlijk voor mij dan?’).
  6. Ik heb erg lang last gehad van Als psychiatrisch patiënt voelde ik me ondergeschikt aan de mensen in mijn omgeving. Dit gaf me vreemd genoeg ook een extra motivatie in mijn werk. Het klinkt raar, maar door dit zelfstigma wilde ik nog liever promoveren, zodat ik me daarna ‘goed genoeg’ zou voelen. Zoals je je misschien voor kunt stellen, was dat een doodlopend paadje.

‘Goed genoeg’ voelde ik me pas toen ik die zelfstigma-bril af wist te zetten en daarna zag ik pas echt wat ik kon. Persoonlijk contact met lotgenoten heeft me daar het meest bij geholpen. Het was goed om mensen tegen te komen, die dezelfde dingen hadden meegemaakt en gelijksoortige gevoelens daarbij hadden. Dit deed me beseffen dat het niet normaal is dat psychiatrische patiënten negatief naar zichzelf kijken. De waan zit ‘m juist in dat maatschappelijk stigma.

  1. Om in de lijn van schizofreniebestaatniet.nl te blijven: Ik denk wel dat mijn diagnose geholpen heeft. Met een bipolaire stoornis kun je je nog optrekken aan diverse beroemdheden en andere succesverhalen. Een diagnose schizofrenie had misschien iets teveel bijgedragen aan mijn zelfstigma en de hoop die ik voelde (onder punt 1) voortijdig de kop ingedrukt.

Ps. Als je goed leest, zie je dat punt 1 t/m 7 mij weliswaar die promotie gebracht hebben, maar voor echt herstel , balans in mijn leven en tevredenheid, was er nog wat meer nodig. Ten tijde van mijn promotie-traject vertrouwde ik erg op de adviezen van anderen, wat me -eerlijk is eerlijk- een heel eind gebracht heeft. Maar punt 8, eigen regie, bleek toch de sleutel. Want iemand anders (ik dus ook alleen voor mezelf) kan je niet vertellen hoe je een prettige dag kunt hebben, of een prettig leven. Klinkt simpel, maar ik had het wel wat eerder uit willen vinden.

Advertenties