De mini-psychose-quiz

Psychose is best een eng woord. De meeste mensen willen desgevraagd waarschijnlijk niet in een psychose terechtkomen. Er zijn zelfs veel mensen die nooit een psychotisch persoon tegen zouden willen komen, zelfs niet als de psychose al goed en wel voorbij is.

De vraag is natuurlijk: Kloppen de vooroordelen? Wat weten we eigenlijk van psychoses? Is het inderdaad ontzettend eng om dit mee te maken? Wat doen mensen in psychotische toestand? De volgende quiz is gemaakt om uit te vinden hoe het met je kennis over dit onderwerp staat. Weet je van de klok en de klepel, heb je veel ervaring of ken je het zelfs van binnenuit? Vul de quiz in en je krijgt een antwoord en bijbehorend leesadvies.

Is een psychose eng?

  1. Eng? Ja, vooral voor de omstanders eng. Zoek dekking!
  2. Eng? Ja, het lijkt me wel eng om je eigen waarneming niet te kunnen vertrouwen
  3. Eng? Ja, het kan eng zijn, maar is soms ook een bijzondere ervaring

Als je psychotisch bent, blijf je psychotisch

  1. Dat weet ik niet, maar een normaal leven kun je natuurlijk verder wel vergeten.
  2. Meestal gaat het over, maar je loopt wel goede kans om het terug te krijgen.
  3. Met behulp van medicijnen en door op vroege signalen te passen, kan ik een volgende psychose voor zijn.

De isoleercel is ….

  1. Om mensen op te sluiten die zich slecht gedragen in gevangenis of inrichting
  2. Bedoeld om een prikkelarme omgeving te creëren voor psychiatrische patiënten
  3. De beste reden om een volgende opname te willen voorkomen.

Psychotische patiënten opsluiten mag…

  1. Als zij het de verpleging te lastig maken
  2. Als zij een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving
  3. Als er een handtekening voor is van de burgemeester

Wat denkt een patiënt met psychoses?

  1. Dit is een onmogelijke vraag, want een mens kan alles wel bij elkaar fantaseren en later zal ie er wel niet meer veel van weten en kan hij het niet navertellen.
  2. Paranoia komt vaak voor bij schizofrenie, terwijl manische mensen vaak grootheidswanen en/of religieuze wanen hebben.
  3. Elke mens heeft een stukje van Jezus of Mohammed in zich. Die wijsheid kwam op het eind van de psychose, en dat voelde fijn.

Lees verder

Advertenties

Over de gaten in de weg

Een ‘bipolair’ gedicht (van Portia Nelson). Het gaat over het herkennen van je valkuilen en hoe je gaandeweg leert om het juiste pad te kiezen, meestal met het nodige vallen en opstaan.

1
Ik loop door een straat.
Er is een diep gat in de weg.
Ik val erin
Ik ben verloren… ik ben radeloos.
Het duurt een eeuwigheid om de weg naar buiten te vinden.

2
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in de weg.
Ik doe net alsof ik het niet zie.
Ik val er weer in.
Ik kan niet geloven dat ik weer op dezelfde plek ben.
Het duurt nog lang voordat ik eruit ben.

3
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in de weg.
Ik zie dat het er is.
Ik val er weer in… het is een gewoonte.
Mijn ogen zijn open.
Ik weet waar ik ben.
Ik klim ogenblikkelijk naar buiten.

4
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in de weg.
Ik loop er omheen.

5
Ik loop door een andere straat.

Gedicht: Portia Nelson

Crisissituatie

Wanneer is crisis echt crisis? Ongetwijfeld heeft iedere psychiater daar zo zijn of haar ideeën over. Andere patiënten hebben er vast ook hun ideeën over. Mijn idee van crisis is dit: Het is nacht, je kunt niet slapen, je lijf is hondsmoe, je gedachten racen heen en weer en je hoofd is warm. Je weet dat dit al de derde nacht op rij is dat je niet kunt slapen, je hebt last van psychotische randverschijnselen (dat wil bij mij zeggen dat ik niet in een psychose ben, maar wel dezelfde soort gedachten heb als in een psychose) en de slaapmedicatie werkt niet. Je weet absoluut niet wat je met jezelf aan moet.

Als je in het (psychiatrisch) ziekenhuis bent, hebben de nachtzusters hun hokje stevig op slot. Of de nachtbroeder is driftig patience aan het spelen op zijn laptop. Gepraat wordt er niet, dat is protocol. Je kunt meestal wel een temazepammetje krijgen, zo’n geel doorzichtig slaappilletje. Maar je weet nog van de vorige nacht, dat dat niet genoeg is. Wat kun je doen? Mijn redding was het nachtvolkje: mensen die overdag amper aanspreekbaar zijn, waarvan je dacht dat er niets zinnigs uit kon komen, zo psychotisch, blijken ’s nachts prima gesprekspartners te zijn. Ze kunnen troosten, grapjes maken, en zelfs een kopje warme melk voor je maken. Of tenminste vertellen waar je de melk en de magnetron kunt vinden.

Ook thuis kan je dit gebeuren, zo’n crisis. Er is dan niet altijd een opname nodig, maar dan mis je wel je nachtvolkje. Mijn man houdt er niet zo van om ’s nachts wakker gemaakt te worden, zoals de meeste mensen. Bovendien functioneert hij niet zo goed als nachtvolkje. Ik weet niet waarom. Hij is niet zo’n goede geruststeller. Ik bel daarom de huisartsenpost. Na uitleg aan de assistente (‘ik zit tegen een psychose aan, en ik heb al 2 oxazepam, een haldol en een temazepam genomen en kan nog niet slapen’) krijg je eigenlijk altijd wel contact met een arts. Met heldere en rustgevende stem adviseert zij je om nog maar een temazepam te nemen. “En dan maakt u nog een kopje warme melk, mevrouw, dat helpt namelijk echt, dat is geen fabeltje, en dan probeert u het slapen gewoon nog een keer”.  Huisartsen zijn ge-wel-dig in geruststellen.

Gesepareerd

De weg naar het Willem Arntzhuis

Ik was 30 en bezig met mijn promotie-onderzoek. Ik had al enkele maanden een depressie, maar die was pas net gediagnosticeerd. Het was een invalkracht in de huisartsenpraktijk, die dit verschrikkelijke oordeel gaf. Thuisgekomen zeeg ik op de bank ineen (dat hoor je immers te doen als depressieve patiënt) en begon te denken. Mijn hoofd ging steeds sneller en sneller denken. Achteraf klinkt het nog steeds vreemd, maar al malende over de diagnose ‘depressief’ veranderde mijn stemming binnen een etmaal naar ‘manisch’. Het leek voor mijzelf alsof ik al denkende mijn depressie aan het oplossen was. Helaas van de regen in de drup, blijkbaar. Gedurende de volgende 5 dagen sliep ik amper en voor ik of iemand anders het goed en wel doorhad zat ik midden in een psychose, met alleen nog maar waangedachten. Het ging zo snel, dat ik amper de tijd had om geld uit te geven, wat men in een manie wel schijnt te doen. Wel schreeuwde ik soms heel hard, ik praatte supersnel en belde mensen in paniek op, wat voor hen zonder reden leek. Tja, en van een ijverige onderzoeker in opleiding. ben je zo heel rap veranderd in een “gevaar voor jezelf en/of je omgeving”.

 

Binnen een week nadat ik manisch was geworden, bevond ik mij daarom in het Willem Arntz-huis te Utrecht, in 1 van hun separeercellen. Ik werd in een zogeheten scheurkleed gehesen en achtergelaten in een lege cel met 3 zware matrassen een wc-emmer, alleen met mijn veel te snelle gedachten

Een kamer van 3×4 m

Drie dagen was ik in die separeercel. Ik herinner me er niet meer alles van, maar toch best veel. Door het raam zag ik de binnenstad van Utrecht. De Dom zag ik niet, noch de Oudegracht, dus ik wist niet 100% zeker dat ik in Utrecht was, maar het leek er wel erg sterk op. Ik dacht dat ik in een geheim gebouw opgesloten was, want ik kende geen hoog gebouw in dat stuk van de binnenstad. Een geheim gebouw, exclusief voor vrouwen die er een potje van gemaakt hadden. Het moest wel verborgen zijn onder een laag onzichtbaar plastic. Een soort van Christo, maar dan heel goed gedaan, zodat niemand het wist. In de kamer naast mij zat een vrouw zoals ik. Ook zij had haar straf in dit gebouw verdiend. Ik kende haar wel. In de buitenwereld was mij verteld dat ze zelfmoord gepleegd had. Dat was dus helemaal niet zo. Ik dacht dat ik voor altijd opgesloten zou zitten, net als zij. Ik probeerde contact met haar te maken, maar ze leek de hele tijd ineengedoken te zitten. Later kwam ik erachter dat zij een deel van het bad was in het badkamertje naast de separeercel.

Op een van de muren van het kamertje, op een hoogte van ongeveer 2,30 m, stonden sporen van krassende nagels. Tien krassen op een rij, in de vorm van twee handen, die een spoor maakten van boven naar beneden. Het hield me bezig hoe die daar konden komen. Zelfs als ik de drie matrassen op elkaar zou stapelen, zou ik er niet bij kunnen. Een van de wanden bestond voor de helft uit glas. Het glas was in feite twee ramen met ruimte ertussen. Op de zo ontstane vensterbank stonden enkele voorwerpen, zoals een klok en een stuk papier waarop was beschreven hoe de patiënt bezwaar kon maken tegen zijn behandeling (dat heb ik natuurlijk vele malen geprobeerd, maar het is me niet gelukt). Er hing ook een schoolbord en er was krijt. Op het bord stond meestal wanneer de verpleging weer terug zou komen. Dit klopte vrijwel nooit, ze waren vaak te laat. Vijf minuten duurt lang in zo’n situatie. Soms stond er niets op het bord. Dat was nog erger.

Gedachten en gevoel

Het grootste deel van de tijd voelde ik me alleen en bang. Behalve dat mijn hoofd razendsnel aan het denken was en daar warm van werd, voelde ik ook drukkende plekken in mijn lichaam, een soort knopen. Telkens op een andere plek in mijn lijf ontstond een kloppende en gloeiende plek. Eerst bij mijn buik. Ik kon gelukkig verkoeling vinden bij de koude muren van de isoleercel. Daarna mijn keel, mijn rug, mijn borst, mijn voorhoofd. Een voor een vlijde ik het kloppende deel tegen de koude muur. Bij mijn hart hield het langste aan en ging het pijnlijke gevoel niet helemaal weg. Het voelde aan als een gat.

Na een paar angstige en eenzame dagen, waarin ik alleen was met mijn gedachten en gevoelens, kreeg ik ineens de geest. Ik moest al mijn ideeën en plannen, voornamelijk bedoeld om de wereld te redden, kwijt op het grote schoolbord, daarvoor was dat natuurlijk opgehangen. Dat lukte, het stond helemaal volgekriebeld. Terwijl ik aan het schrijven was, voelde ik dat het gat in mijn hart gevuld werd. Bij elke kleine conclusie viel er een boomblaadje in het gat, en daarop weer een, tot mijn hart weer helemaal vol was. Toen ik klaar was met mijn werk schreef ik rechtsonder bij wijze van handtekening “Amen”. Na dat laatste woord realiseerde ik me dat niemand deze lap tekst mocht lezen… Dan zouden alle goede dingen die ik bedacht had, niet uitkomen. Ik veegde alles weer uit. De woorden waren nog steeds half zichtbaar. Er was geen water meer, dus ik depte wc-papier in de met urine gevulde wc-emmer en begon daarmee ‘schoon’ te maken. Het gebruikte papier ging terug in de emmer. Alles werd mooi schoon zo, het bord was weer pikzwart. Ik stapelde de 3 matrassen op elkaar op de plek waar ze het eerst lagen en ging er netjes op zitten met mijn handen op schoot. Op dat moment kwamen de verpleegkundigen binnen. Ik voelde me goed en mocht eindelijk weer mee naar buiten.

Psychose

Psychose van buiten

Hoe ziet een psychose er uit? Aan de buitenkant zie je in ieder geval een verward en vermoeid persoon. Ze heeft al bijna een week niet geslapen, maar het hoofd werkt door. Er bestaat kans op het plots omhelzen van voorbijgangers. Dit wordt door de verpleging seksueel ontremd genoemd. Ze wil hem echter alleen helpen, want hij ziet er zo zielig uit (de jongen was ook psychotisch). Of die andere man, die ziet er zo lief uit, alsof hij Jezus was (een verpleegkundige). Alle mensen zijn Jezus, maar deze lijkt er wel erg sterk op

Hoewel de meeste mensen stil, angstig en gebukt door de gangen van de opname-afdeling lopen, gedragen sommige psychotische patiënten zich anders. Een Chinese jongen slaat het serviesgoed tegen de grond. Een andere jongen, een bodybuilder van een jaar of 25, wordt telkens door 12 verplegers naar de separeercel gebracht, uit angst voor zijn agressie.

Psychose van binnen

Van buiten heb ik dus te maken met een lijf wat bibberig is en telkens de weg kwijt. Ik zwalk te midden van de soms heftige medebewoners van de opname-afdeling of tussen de beangstigende prikkels van de isoleercel. Aan de binnenkant is mijn hoofd druk bezig met de ontdekking van de hemel. Intern bestaat de psychose uit razendsnelle gedachten en ideeën die door mijn hoofd racen. Het is als vuurwerk, waarvan je niet zeker bent welke richting het gaat kiezen. Alles wat ik bedenk voelt als de absolute waarheid. Wat om me heen gebeurt, gebeurt omdat het in mijn psychotische plaatje past en niet omgekeerd. Ik vraag mij iets af en vind het antwoord, ergens in mijn geheugen of in de omgeving. Associaties erbij poppen onmiddellijk op en roepen nieuwe vragen op, die even snel op een antwoord stuiten in dat immens snel werkende hoofd van mij. Ik heb achteraf gehoord dat psychiaters het soms als kortsluiting benoemen en zo voelt het ook. De psychose bestaat uit een lange reeks van antwoorden en alles blijkt met alles te maken te hebben. De tweede wereldoorlog heeft te maken met de pijn van de vrouw die door een familielid is verkracht. De geboorte van mijn neefje heeft een connectie met de ‘dawning of the Age of Aquarius’ (uit Hair). Het doet een beetje denken aan de ‘Slinger van Foucault’ van Umberto Eco. Hierin wordt uiteindelijk het lot van de wereld bepaald door afspraken die de Tempeliers in de 14e eeuw gemaakt hebben. Ik kom op conclusies die ik op dat moment prachtig vind, maar nu ik ze opschrijf zijn ze iets minder opzienbarend: * Kinderen moeten buiten spelen, maar dat is niet zo gezond vanwege de luchtkwaliteit * Het gebouw waar ik inzit, is geheim en niemand kent het * Mijn zus is jezus (=je zus) * Bij nader inzien: eigenlijk is iedereen Jezus, of heeft een stukje van Jezus in zich * Dat wil dus wel zeggen dat alle psychiatrische patiënten gelijk hebben als ze denken dat ze Jezus zijn, of Mohammed.

Psychose gedeeld

In iedereen huist wel een stukje Jezus. Dat was en blijft mijn conclusie. Een mooi einde van een verder voornamelijk beangstigende psychose, want het wil zeggen dat het goed zal komen met de wereld.

Na de conclusie kwam ik terug op de afdeling en bleken er meer mensen zojuist een psychose gehad te hebben. Sommigen hadden vreemde dingen gezien, anderen hadden vreemde gedachten of gevoelens, zoals ik. Velen hadden zelfs dezelfde conclusie getrokken! Nog dik in de manie of psychotische randverschijnselen, waren zij goede gesprekspartners. Wat waren wij het eens, hartgrondig! Met z’n allen konden we nog meer conclusies trekken en dat is wel wat gevaarlijk: Er kan een nieuwe psychose uit ontstaan (de verpleging noemt dit  ‘triggeren’).

Dit laatste punt, het feit dat je zo gemakkelijk kunt praten met je mede-patiënten, terwijl anderen moeite hebben om je te volgen, blijft verbazingwekkend voor mij. Blijkbaar is een psychose geen individueel verschijnsel met toevallige fantasieën. Ik heb iemand (om precies te zijn Sam Gerrits) eens horen zeggen dat je tijdens een psychose in verbinding staat met het collectief onderbewustzijn, een term van Jung voor het gezamenlijk geheugen, de kennis die ons mensen verenigt. Iemand nog mooie sterke verhalen over helderziendheid en gedachten lezen en dat soort dingen???

Opname

Met twee vrienden ging ik op de fiets richting de crisisdienst in de stad. De huisarts had ons hiernaar doorverwezen. Ik was psychotisch, maar dat had ze er niet bij gezegd. Aan mijn vrienden de schone taak om mij heelhuids op de plaats van bestemming te krijgen. Onderweg moest ik een paar keer erg belangrijke dingen tegen hen vertellen, die ik me nu helaas niet meer kan herinneren. Mijn conclusie was daarbij steeds, dat het niet zo nodig was om naar die crisisdienst te gaan. Steeds wisten mijn vrienden P. en A. me toch terug op de fiets te krijgen.

 

Bij het Ledig Erf zaten een paar mannen op een bankje in de zon. Het type man wat daar zit te genieten van zijn AOW-tje, klein pensioentje of misschien wel WIA-tje (toen nog WAO), met een paar vrienden. In mijn ogen waren zij heel wijs. Zij zaten daar maar gewoon lekker in het zonnetje te genieten, terwijl de rest van ons door liep te draaien in de ratrace… Ik vond het dus een heel goed idee om bij hen te gaan zitten. Ze keken me een beetje vreemd aan, maar beantwoordden wel vriendelijk mijn vragen. Ik vroeg hen of ze vonden dat ik met P. en A. mee moest gaan naar dat ziekenhuis. “Zijn dat je vrienden? “ vroeg een van de mannen. “Ja”, “Ken je ze al lang?”, “Ja, al heel lang”, “Dan zou ik maar gewoon met ze meegaan” besloot hij. Het advies van een wijs man en dat kun je niet zomaar naast je neerleggen.

Bij de crisisdienst werden we in een klein kamertje achtergelaten. Ik kreeg een paar pilletjes voor mijn neus. Die ging ik niet meteen slikken. Het kamertje werd steeds voller met allerlei hulpverleners, nog een vriendin en mijn ouders, maar de sfeer werd er niet beter op. Mijn vrienden was verteld om niet tegen mij te praten, dat zou mij alleen nog verder in de war brengen. Ik kan degenen die dit geloven bij deze uit de droom helpen:  Een kamer vol met mensen die stil naar je staan te staren, sommigen met tranen in de ogen, is behoorlijk inspirerend voor de verdere uitbouw van een psychotisch waansysteem (=de ‘structuur’ van alle waangedachten die je op zo’n moment in je hoofd hebt).

Er kwamen steeds meer vrouwen bij. Voornamelijk verpleegkundigen en 1 keer een psychiater, heb ik later begrepen. De vrouwen waren allemaal stevig gebouwd, stoer gekleed en met kort en/of roodgeverfd haar. Ik vroeg waarom er daar “alleen potten werkten”…. Sorry, dames…

Ik deed een paar mislukte ontsnappingspogingen uit het overvolle kamertje, waaronder 1 uit het raam. Dat deed de deur dicht: gedwongen opname met inbewaringstelling (IBS) was het onvermijdelijke vonnis. Met een ambulance werd ik afgevoerd naar het psychiatrisch ziekenhuis, met achterlating van mijn geschokte vrienden.

Acceptatie

Beter worden zit er vaak niet in als je een psychische ziekte hebt. Tenminste niet binnen de psychiatrie. Daarbuiten wordt er nog wel eens genezen zogezegd, bijvoorbeeld door duiveluitdrijving of het ‘doorleven van je psychose’. Tja, weten ik en de wetenschap veel: wie weet kan het best. Maar goed: als wetenschapper heb ik natuurlijk niet gemikt op zulke genezing, maar wel op HERSTEL. Voor mij betekent dat het (terug)vinden van een waardevol leven, waarin jij en je naasten zo min mogelijk last hebben van je ziekte.  Een woordje wat daarbij heel vaak terugkomt, is accepteren-accepteren-accepteren.

Er is zeker genoeg om te accepteren, bijvoorbeeld:

  • Je bent ziek. Ziekte, ouderdom en bijkomende gebreken zijn voor veel mensen een zware dobber, dus ook voor jou.
  • Je bent ziek in je hoofd. Nog een graadje erger om te accepteren, want je hoofd heeft meer te maken met je zelf, je eigen ikje. Ook heb je datzelfde hoofd juist hard nodig voor die broodnodige acceptatie en herstel.
  • Het gaat om een ziekte die terugkeert. Bij elke depressie en elke manie hoort weer een hoofdstukje accepteren. Verdorie het is terug en we moeten weer opletten dat het niet uit de hand loopt.
  • Het kan zijn dat je het een en ander hebt uitgespookt omdat je ziek in je hoofd was. Dat heet ontoerekeningsvatbaar en dat is het ook. Toch kan het je het een en ander kosten en schuldgevoel opleveren. Je relaties en financiële situatie kunnen verslechterd zijn, je kunt zelfs je baan of huis kwijt zijn. Waar mogelijk kun je dat recht breien en soms zit er niets anders op dan je verlies accepteren.
  • Het gebruik van medicatie moet je accepteren, met soms bijwerkingen. Dit is een lastige, soms is weigeren van medicijngebruik zelfs een deel van de ziekte.
  • Je moet accepteren dat je je leefstijl moet aanpassen. Regelmaat is het doel. Daarnaast is gebruik van alcohol niet zo goed te combineren met de medicijnen. Natuurlijk zijn ook drugs niet bevorderlijk. Zeker als je jonger bent staat je sociale leven vaak gelijk aan uitgaan en feesten, en is deze übergezonde leefstijl een opgave. Ik geef het je te doen, 2 duimen omhoog voor iedereen die al op jonge leeftijd geconfronteerd wordt met deze ziekte.
  • Accepteren dat je toch nog een episode kan krijgen, ook al doe je alles goed.
  • Accepteren dat je gedurende het herstelproces toch mensen kwijtgeraakt bent.
  • Accepteren van stigma. Vooroordelen geuit door vrienden, collega’s, bekenden en de media. Ik accepteer het door het onder onwetendheid te scharen. Meestal is het niet gemeen bedoeld en anders doe ik net alsof dat zo is.
  • Accepteren dat je, zelfs met toffe vrienden en een geweldige partner, toch grotendeels zelf de kar moet trekken. Jij bent de zieke. Dit voelt soms eenzaam.
  • En als je kinderen krijgt: accepteren dat je er extra zorgen bij krijgt. Ze hebben 1/6 kans op de ziekte en geloof me: voordat je kinderen hebt klinkt dat getal een stuk kleiner dan wanneer ze er eenmaal zijn.

Het woordje “acceptatie” betekent zoveel en klinkt een stuk mooier dan het is. Het zijn gewoon bittere, bittere pillen die je te slikken krijgt als bipolair. Lithium plus. Hierboven staan mijn eigen bittere pillen beschreven, die inmiddels grotendeels geslikt zijn, maar af en toe nog vervelend in mijn keel willen blijven steken. Hoe ik dat heb gedaan? Ik geloof dat de tijd een hoop heeft gedaan. Daarnaast heb ik het er veel over gehad met mijn SPV-er en met anderen. Maar gewoon even gaan zitten en er van balen en er om janken, dat helpt ook wel, is mijn overtuiging

Een extra “pil” die ik een tijdlang geslikt heb, maar nu niet meer, is de acceptatie psychiatrisch patiënt te zijn. Van zulke patiënten zijn er namelijk heel veel en net als andere mensen zijn ze allemaal verschillend. Het heeft geen zin, het kan zelfs veel kwaad, om de maatschappelijke vooroordelen die er bestaan over psychiatrische patiënten, op jezelf toe te gaan passen. Voor je het weet, kom je de deur niet meer uit, uit angst voor oordelen van anderen. Of denk je dat je je opleiding nooit af kunt maken. Of dat je een slechtere moeder bent. Dat is geen acceptatie, maar zelfstigma.